klif
/klɪf/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (geologie) steile hoge rots
Etymologie
* van Middelnederlands "clif" / "clef", in de betekenis van ‘steile bodemverheffing’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1476
Vertalingen
Engelscliff
Fransfalaise, écueil
DuitsKlippe
Spaansacantilado
Italiaansfalesia
Portugeespenhascos
Russischскала
Poolsklif
Zweedsklippa
Deensklint
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek