klim

mannelijk (de)/klɪm/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een tocht waarbij geklommen wordt or moet worden
    Hoe bereken je hoe steil een klim is?
    Na een pittige klim volgt een hoogvlakte vol akkers en boerderijen.
    Na wat virtuele kusjes verbreken we de verbinding en hervat ik mijn klim Hijgend bereik ik spoor 3a.