klinkerbotsing
vrouwelijk (de)/ˈklɪŋkərˌbɔtsɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (taalkunde) opeenvolging van klinkers die samen als één klank gelezen kunnen worden, maar die apart gelezen moeten worden, bv. 'placebo-effect'. Klinkerbotsing kan in het Nederlands worden opgelost met een koppelteken of trema
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek