klis

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten (bloemplanten) benaming voor planten met stekelige, droge bloemen uit het geslacht in de familie
  2. plantkunde (plantkunde) bloemhoofdje met stekels van

Etymologie

* (erfwoord): Middelnederlands clisse, clesse ‘klit; warklomp; leem, klei’, nevenvorm van clitte, clette, waarvoor zie klit.

Vertalingen

Engelsburdock
Fransbardane
DuitsKlette
Spaansbardana, lampazo, laparasa
Italiaansbardana, lappa
Portugeesbardana
Japans牛蒡
Koreaans우엉
Poolsłopian, łopuch