klit

mannelijk/vrouwelijk (de)

Wat is de betekenis van klit?

klit betekent: (bloemplanten) benaming voor planten uit het geslacht in de familie

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten (bloemplanten) benaming voor planten uit het geslacht in de familie
  2. plantkunde (plantkunde) bloemhoofdje met stekeltjes van
  3. verstrikte massa, kluwen (van haar)
  4. lastig persoon die men niet kwijt kan raken

Voorbeelden van "klit" in een zin

  • Mijn haar zit vol met klitten
  • Wat is die vent toch een vervelende klit

Betekenis en uitleg van klit

Een 'klit' is een klein, vaak haakachtig stukje dat zich vasthecht aan stoffen of vacht. Denk aan die vervelende haartjes of pluisjes die aan je kleren blijven hangen na een wandeling in de natuur.

Het woord 'klit' wordt vaak gebruikt om te verwijzen naar de zaden van bepaalde planten, zoals de klitplant, die zich met hun haakjes aan kleding of de vacht van dieren hechten. Het kan ook figuratief gebruikt worden om iets aan te duiden dat niet loslaat of lastig te verwijderen is. Je komt het woord vaak tegen in de natuur of als je praat over de uitdagingen van het verwijderen van pluis uit je was.

Voorbeelden

  • Na onze wandeling door het bos had ik een paar klitten in mijn jas hangen.
  • De klitplant groeit vaak in ruige gebieden en verspreidt zijn zaden via de haakjes die zich aan alles vasthechten.
  • Bij het kammen van de hond ontdekte ik een enorme klit in zijn vacht die ik voorzichtig moest uitbannen.

Woordoorsprong

Het woord 'klit' komt van het Oudnederlands en is verwant aan woorden in andere Germaanse talen die ook een vergelijkbare betekenis hebben.

Veelgestelde vragen over klit

Wat is de betekenis van klit?

klit betekent: (bloemplanten) benaming voor planten uit het geslacht in de familie

Hoeveel betekenissen heeft klit?

klit heeft 4 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft klit?

klit is een mannelijk/vrouwelijk (de).

Wat zijn synoniemen van klit?

Synoniemen van klit zijn: klis.

Hoe gebruik je klit in een zin?

Voorbeeld: “Mijn haar zit vol met klitten

Etymologie

* (erfwoord): Middelnederlands clitte, clette ‘klit; warklomp; leem, klei’, ontwikkeld uit Oergermaans *klīþō (gen. klittaz), bij Indo-Europees *gléit-ōn (gen. *glit-n-ós), uitbreiding van de wortel *glei(H)- ‘kleven’, waarvoor zie klei. Evenals Oudsaksisch kleddo, kledda, Duits Klette en Vroegnieuwengels clithe, clithers.

Vertalingen

Engelsburdock, clinger, hanger-on
Fransbardane, crampon
DuitsKlette, Klette
Spaansbardana, lampazo, laparasa
Italiaansbardana, lappa
Portugeesbardana
Japans牛蒡
Koreaans우엉
Poolsłopian, łopuch