Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
kloeteling
mannelijk (de)/ˈklutəˌlɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (waterbeheer) kubusvormige, aan een zijde met dicht gras begroeide spit klei, gestoken van een rijpe schor
Etymologie
*afgeleid van "kloet"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek