kluif
mannelijk/vrouwelijk (de)/klœyf/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) stuk been met vlees dat men er alleen afkrijgt door het af te kluiven
- (figuurlijk) een flinke/hele ~ iets dat veel werk en moeite kost (net zoals het afkluiven van voornoemde kluif)
Etymologie
* In de betekenis van ‘bot met vlees’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1710
Uitdrukkingen
- Een kluif voorhouden — Iemand met iets ergens toe proberen te verleiden
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek