kluis

mannelijk/vrouwelijk (de)/klœys/

Wat is de betekenis van kluis?

kluis betekent: een tegen inbraak en brand beveiligde kist of kast

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een tegen inbraak en brand beveiligde kist of kast
  2. een kluizenarij, een woning waar een kluizenaar verblijft

Voorbeelden van "kluis" in een zin

  • Sieraden bewaart men vaak in een kluis.

Etymologie

* Leenwoord uit het middeleeuws Latijn, in de betekenis van ‘cel, woning van een kluizenaar’ voor het eerst aangetroffen in 1265

Vertalingen

Engelssafe
Franscoffre-fort
DuitsTresor, Safe, Schließfach
Spaanscaja fuerte, cámara acorazada
Russischсейф