kluten
/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (steltloperachtigen) een familie van waadvogels. Deze vogels hebben een snavel (rostrum) die in plaats van naar beneden juist naar boven gebogen is (recurvi-). Ze hebben heel lange poten, waarvan de voorste tenen gedeeltelijk zijn gelobd. De achterteen is afwezig of rudimentair. De familie telt drie geslachten met in totaal 10 soorten
Etymologie
* "kluut" met de uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek