kluwen

/xxxx/

Wat is de betekenis van kluwen?

kluwen betekent: los om zichzelf opgewonden hoeveelheid wol, garen enz

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. los om zichzelf opgewonden hoeveelheid wol, garen enz

Voorbeelden van "kluwen" in een zin

  • Ik heb nog een kluwen rode wol, daarmee komt de trui wel af.

Betekenis en uitleg van kluwen

Een kluwen is een verwarde massa van draden of touwen die door elkaar zijn geraakt. Stel je voor dat je een bol wol hebt die helemaal in de knoop zit; dat is een kluwen. Het kan ook figuurlijk gebruikt worden om een complexe situatie of een wirwar van gedachten aan te duiden.

Het woord 'kluwen' wordt vaak gebruikt in situaties waarin dingen niet meer overzichtelijk zijn. Je kunt het bijvoorbeeld gebruiken als je het hebt over een chaotische situatie in je leven of als je gedachten door elkaar lopen. Het heeft een nuance van verwarring en complexiteit, waardoor het een krachtige beschrijving biedt voor zowel fysieke als mentale knopen.

Voorbeelden

  • Na urenlang zoeken naar de juiste draad, ontdekte ik dat de kluwen wol alleen maar groter was geworden.
  • Zijn gedachten waren als een kluwen, en hij kon maar niet de juiste woorden vinden om zijn gevoel uit te drukken.
  • De discussie over het project had zich ontwikkeld tot een kluwen van meningen en ideeën, waardoor niemand meer wist wat de volgende stap moest zijn.

Woordoorsprong

Het woord 'kluwen' komt van het Middelnederlands en is verwant aan het woord 'kluif', dat ook verwijst naar iets dat samenhangt of verward is.

Veelgestelde vragen over kluwen

Wat is de betekenis van kluwen?

kluwen betekent: los om zichzelf opgewonden hoeveelheid wol, garen enz

Wat zijn synoniemen van kluwen?

Synoniemen van kluwen zijn: knot.

Hoe gebruik je kluwen in een zin?

Voorbeeld: “Ik heb nog een kluwen rode wol, daarmee komt de trui wel af.

Etymologie

* (erfwoord): Middelnederlands clūwen, clouwen, cluen, clūwijn, ontwikkeld uit Oergermaans *klewīna-, verkleinwoord bij *klewan- ‘samengebalde massa’ (waaruit Oudnoords klé ‘steen aan weefstoel om de draden te spannen’), bij Indo-Europees *gleuh₂- ‘bolvormig voorwerp’, waartoe ook Middeliers glao, glau ‘bal’, Oudgrieks gloutós ‘bil’ en Sanskriet glāu- ‘bal, kogel’ behoren. Evenals Nederduits Kluven, Duits Knäuel en Fries kleaune.

Vertalingen

Engelsclew
Franspelote
DuitsKnäuel
Spaansovillo
Italiaansgomitolo
Deensnøgle, garnnøgle