knot
mannelijk/vrouwelijk (de)/knɔt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- rond zichzelf opgewonden draad of bundel draden, vezels of haarMijn oma droeg haar prachtige haar, dat langer was dan zijzelf, altijd op een knot.
zelfstandig naamwoord
- (steltloperachtigen) bepaald soort kustvogel,
Etymologie
*[B] (eponiem), vergelijk "knot", volgens een overlevering genoemd naar 11e-eeuwse koning van Engeland, Denemarken en Noorwegen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek