knaag
/knaːx/
Wat is de betekenis van knaag?
knaag betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van knagen
Betekenis
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van knagen
- gebiedende wijs van knagen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van knagen
Voorbeelden van "knaag" in een zin
- Ik knaag.
- Knaag!
- Knaag je?
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek