knaapje

/ˈknapjə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. huishouden (huishouden) aan een kapstok te hangen voorwerp om kleding over te hangen
    Hang dat jasje even op een knaapje!

Etymologie

**[2] (figuurlijk) gebruik van [1] voor voorwerpen die een steunende of dragende functie hadden, in de betekenis van ‘klerenhanger’ voor het eerst aangetroffen in 1837

Vertalingen

DuitsKleiderbügel