knallen

/ˈknɑlə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) een hard geluid of knal geven
    Dat vuurwerk knalde erg hard.
    De witte golven knalden met veel geweld op de rotsen.
  2. erga, figuurlijk, spreektaal (erga) (figuurlijk) (spreektaal) zich het beste geven
  3. erga (erga) uit elkaar ~
    Het vuurwerk was met veel lawaai uit elkaar geknald.

Etymologie

* Waarschijnlijk ontleend aan Duits "knallen" , vanwege de relatief late verschijning ervan in het Nederlands, in de betekenis van ‘met het geluid van een ontploffing weerklinken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1762.

Vertalingen

Engelsbang
Franspéter
Duitsknallen
Spaansestallar
Italiaansscoppiare