knecht

mannelijk (de)/knɛxt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) iemand die in dienst is van iemand anders
  2. wielrenner van een wielerploeg die de kopman helpt om te winnen

Etymologie

*Van Oudnederlands kneght. Te herleiden tot Protogermaans *knehta-, verdere herkomst onbekend. Verwant met Knecht en knight. In de betekenis van ‘bediende’ voor het eerst aangetroffen in 1240

Vertalingen

Engelsboy, servant
Franséquipier
Spaanscriado, mozo