knelling
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het onvrije gevoel dat ontstaat als een kledingstuk te krap zit
- onvrij, benauwd gevoelDe Tweede Wereldoorlog dwong de kerk pastoraal en belijdend te gaan spreken, aldus ds. Van Kooten. „Dat had de kerk 124 jaar lang niet kunnen doen. De synodebestuursvergaderingen spraken weer inhoudelijk met elkaar en er werden allerlei werkgroepen en raden ingesteld. Men voelde steeds meer de knelling van het Algemeen Reglement, omdat dat geen ruimte bood voor belijdend spreken. De orde van de kerk moest daarom veranderen.” Reformatorisch Dagblad Maarten Stolk 26-06-2013 [https://www.rd.nl/kerk-religie/ds-van-kooten-promoveert-op-kerkorde-1951-1.320232 Ds. Van Kooten promoveert op kerkorde 1951]Dat de aanbedene al wat verslapt door de knelling ontgaat de critici. NRC Leonard Frank 9 november 1990 [https://www.nrc.nl/nieuws/1990/11/09/kritiek-6946586-a1021922 Kritiek]
- het probleem dat ontstaat door een tekortTechnische beroepen blijven de lijst van knelpuntberoepen domineren. In de top tien lijst van knelpuntberoepen van de VDAB staan negen technische jobs. En bij zo goed als allemaal wordt de ‘knelling’ alleen maar groter. De Standaard 20/06/2017 om 09:56 door (wv) [http://www.standaard.be/cnt/dmf20170620_02932583 Technische jobs domineren knelpuntberoepen]
Etymologie
* van knellen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek