kneuteren
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) morren, mopperen, pruttelen [2]
- (inerg) wat informeel praten, babbelen, kletsen [2]Ze zaten thuis lekker wat te kneuteren.
- (dierkunde) (van vogels) zingen, kwinkeleren
- kreuken, kreukels vertonen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek