kneuteren

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) morren, mopperen, pruttelen [2]
  2. inerg (inerg) wat informeel praten, babbelen, kletsen [2]
    Ze zaten thuis lekker wat te kneuteren.
  3. dierkunde (dierkunde) (van vogels) zingen, kwinkeleren
  4. kreuken, kreukels vertonen