knielen

/ˈknilə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. op de knieën gaan
    Zij knielden tijdens de communie.

Etymologie

* In de betekenis van ‘de knieën tot op de grond buigen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240

Vertalingen

Engelskneel
Duitsknien
Spaansarrodillarse