knikken

/'knɪkə(n)/

Wat is de betekenis van knikken?

knikken betekent: een verticale beweging met het hoofd maken

Betekenis

werkwoord
  1. een verticale beweging met het hoofd maken
  2. buigen van de knieën
  3. werktuigbouwkunde (werktuigbouwkunde) hoekig buigen

Voorbeelden van "knikken" in een zin

  • Hij knikte een snelle groet in het voorbijgaan.
  • Vriendelijk knikken we naar boer en de hond, die nog een laatste keer zijn tanden aan ons laat zien.
  • Ik knikte en wees naar beneden in de richting van de groene plas.
  • Ze voelt haar knieën knikken en zoekt steun bij een stoel.

Betekenis en uitleg van knikken

Knikken is de actie van je hoofd bewegen, meestal van boven naar beneden, om instemming of goedkeuring aan te geven. Het is een eenvoudige, maar krachtige manier van communiceren zonder woorden.

Je kunt knikken gebruiken in verschillende sociale situaties, zoals tijdens een gesprek om te laten zien dat je luistert en het eens bent met wat iemand zegt. Het wordt vaak gezien als een teken van respect en betrokkenheid. Knikken kan ook gebruikt worden om iemand aan te moedigen verder te praten.

Voorbeelden

  • Toen de leraar vroeg of iedereen de uitleg begreep, knikten de leerlingen instemmend.
  • Ze knikte enthousiast toen haar vriendin vertelde over haar nieuwe baan.
  • Tijdens de vergadering knikte hij af en toe om zijn goedkeuring te tonen voor de voorstellen.

Woordoorsprong

Het woord 'knikken' komt van een verwant woord dat 'bukken' of 'buigen' betekent, wat de fysieke beweging van het hoofd beschrijft.

Veelgestelde vragen over knikken

Wat is de betekenis van knikken?

knikken betekent: een verticale beweging met het hoofd maken

Hoeveel betekenissen heeft knikken?

knikken heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Hoe gebruik je knikken in een zin?

Voorbeeld: “Hij knikte een snelle groet in het voorbijgaan.

Etymologie

* In de betekenis van ‘het hoofd heen en weer bewegen’ voor het eerst aangetroffen in 1300

Vertalingen

Engelsnod
Franshocher
Duitsnicken
Spaanscabecear
Zweedsnicka
Deensnikke