knip
Wat is de betekenis van knip?
knip betekent: een knippend geluid of een knippende beweging
Betekenis
- een knippend geluid of een knippende beweging
- (informeel) portemonnee
- (techniek) schuifsluiting op een deur
- (materiaalkunde) zeer taaie kleisoort
Voorbeelden van "knip" in een zin
- Joviaal trok hij de knip en betaalde de rekening.
- De dieven kwamen binnen door via de brievenbus de knip van de deur te halen.
Betekenis en uitleg van knip
Het woord 'knip' verwijst meestal naar een handeling waarbij iets wordt doorgesneden of gescheiden, vaak met een schaar of een mes. Het kan ook een geluid beschrijven dat ontstaat bij het snel sluiten of openen van iets.
Je gebruikt 'knip' vaak in de context van het knippen van papier, haar of andere materialen. Het kan ook figuurlijk worden gebruikt, zoals in 'een knip in de budgetten maken', wat betekent dat er bezuinigd moet worden. De term heeft een praktische toepassing in zowel dagelijkse situaties als in specifieke ambachten.
Voorbeelden
- Ze gaf haar dochter een nieuwe look door een flinke knip in haar lange haren te geven.
- Met een simpele knip door de verpakking kon hij het cadeau eindelijk openmaken.
- De accountant moest een knip maken in de uitgaven om het project financieel haalbaar te houden.
Woordoorsprong
Het woord 'knip' is waarschijnlijk afgeleid van het Middelnederlandse 'knippen', wat ook 'snijden' of 'scheiden' betekent.
Veelgestelde vragen over knip
Wat is de betekenis van knip?
knip betekent: een knippend geluid of een knippende beweging
Hoeveel betekenissen heeft knip?
knip heeft 4 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft knip?
knip is een mannelijk/vrouwelijk (de).
Hoe gebruik je knip in een zin?
Voorbeeld: “Joviaal trok hij de knip en betaalde de rekening.”
Etymologie
* In de betekenis van ‘(vogel)val’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1485
Uitdrukkingen
- Geen knip voor de neus waard zijn — Niets waard zijn
- Iets in de knip hebben — Iets behaald hebben
- De hand op de knip houden — Niets of heel weinig uitgeven, zuinig zijn
- De knip trekken — Betalen voor iets