knipkaart
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- abonnementskaart voor een bepaald aantal bezoeken waar bij ieder bezoek een stuk uit de kaart wordt gekniptDe lopers kregen een polsbandje met een barcode en een knipkaart voor de controleposten langs de route. Er schreven zich de afgelopen maanden 45.000 mensen in als deelnemer. De organisatie hield rekening met veel inschrijvers die wegens het natte weer op het laatste moment zouden afzien van deelname, maar dat aantal valt gelukkig mee, aldus een woordvoerder. Volkskrant 18 juli 2011
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek