knooppunt

onzijdig (het)/ˈknopʏnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verkeer (verkeer) een kruispunt van twee of meer grote wegen
    In de avondspits stond dat knooppunt weer volledig vast.
  2. wiskunde (wiskunde) het punt waar twee rechte stukken van een open of gesloten veelhoek bij elkaar komen
  3. spoorwegen (spoorwegen) een plaats waar spoorwegen uit verschillende richtingen bijeenkomen, vaak voorzien van een station en/of een rangeerterrein
    Vaak zijn er aparte knooppunten voor personenvervoer en voor goederenvervoer.
  4. elektrotechniek (elektrotechniek) punt in een netwerk waar stromen samenkomen of zich verdelen

Vertalingen

Engelsintersection, knot, node
DuitsVerkehrsknotenpunkt, Autobahnkreuz, Autobahndreieck
Spaansnodo, nudo