knopen

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) een vastzittende lus in een koord, draad of touw maken
    Hij was het net aan het knopen.

Etymologie

*afgeleid van knoop

Uitdrukkingen

  • Knoop dat in je oren!Vergeet dat nooit meer!
  • De eindjes (stukjes touw) aan elkaar knopen.Van armoede zich moeten behelpen.

Vertalingen

Engelstie, knot
Fransnouer
Duitsknoten
Spaansanudar, atar
Italiaanslegare
Poolswiązać