Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

koeienkak

mannelijk (de)/ˈkujə(n)ˌkɑk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. spreektaal (spreektaal) uitwerpselen van rundvee
    Dikwijls hoort men ze ook zeggen: (…) kou-kakd (= koeienkak, d.w.z. niet te vertrouwen, gelijk de koeienkak, die hard van buiten, zacht van binnen is).

Etymologie

* en toevoeging van -i- vanwege de uitspraak