koeken

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) tot een klont, een koek worden
    Toen die geleverd werd bleek [dat] die zo aan elkaar gekoekt was dat het zout niet in de strooimolens kon.
zelfstandig naamwoord
  1. kaartspel (België) (kaartspel) ruiten

Vertalingen

Duitspappen