koekenbak

mannelijk (de)/ˈkukə(n)ˌbɑk/

Wat is de betekenis van koekenbak?

koekenbak betekent: (kookkunst) bereiding van baksels van deeg

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kookkunst (kookkunst) bereiding van baksels van deeg
  2. feestelijke bijeenkomst rond het bakken van pannenkoeken
  3. kookkunst (kookkunst) baksel van deeg

Voorbeelden van "koekenbak" in een zin

  • In vele streken bakken de huisvrouwen op St-Martensavond boetweitkoeken. In Limburg leeft dit aloud gebruik ook nog voort. De koekenbak wordt er niet vergeten omdat, zegt het volk, deze Heilige boekweit deed malen en gereed maken om het volk te spijzen.
  • Pas in de zomer raakt de handeling in een stroomversnelling, wanneer zowel beide zusters als Luc Hancq van de partij zijn op een koekenbak bij Rijken Boer.
  • {{ouds

Etymologie

*, op te vatten als van "koekenbakken" (zonder -en)