Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

koekwaus

mannelijk (de)/ˈkukwΙ‘us/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheldwoord (scheldwoord) iemand die zich dom gedraagt
    Terwijl de rest van het land zich begon af te vragen waarom er in Den Haag toch zoveel mensen wonen die een paar afslagen hebben gemist, werd de Hagenees in ex-voetbaltrainer Aad de Mos wakker. β€˜En ik dan?’ moet Aad gedacht hebben. β€˜Ik ben toch ook koekwaus en ik heet ook nog eens De Mos, waarom krijg ik geen aandacht?’

Etymologie

*andere schrijfwijze voor "koekwous"