koffiezaak

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈkɔfiˌzaːk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een horecagelegenheid waar voornamelijk koffie en andere dranken worden geserveerd
    We geven elkaar een knuffel en lopen richting een koffiezaak die hij heeft uitgekozen. 'We gaan eerst koffiedrinken,' had hij gezegd.