koffiezet

/ˈkɔfiˌzɛt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. huishouden (huishouden) elektrisch apparaat om koffie mee te zetten en warm te houden
    Ik heb de koffiezet schoongemaakt.
    De inbeslagname gaat voor alle duidelijkheid over “niet-essentiële zaken”. Het is niet dat de laptop of de bureaustoel van De Moor plots openbaar verkocht wordt. Bovendien gaan haar diensten sowieso in beroep. “De koffiezet staat er nog”, zegt ze.

Etymologie

*: "koffiezetten" zonder de uitgang -en