Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

kofschipper

mannelijk (de)/ˈkɔfsxɪpər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) kapitein op een bepaald type zeilschip. een tjalk met platte bodem en ronde voor en achtersteven, dat van de 16e tot de 19e eeuw vooral door Groninger schippers werd gebruikt voor kust- en binnenvaart
    Geen half uur later had Anna reeds een onderhoud met de vrouw van den kofschipper (…).