kokosolie
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈkokɔsˌoli/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) een soort plantaardige olie gewonnen uit kokosnotenDie pepertjes kan je lekker in de kokosolie meewokken.De douane en de politie stuitten afgelopen jaren op smokkel van vloeibare cocaïne in flessen kokosolie, in gembersiroop, in suikerstroop; ze troffen xtc aan in potten eiwitpoeder, in conservenblikken, in zakjes borrelnoten; ze vonden winegums en potten honing met THC, de werkzame stof in cannabis.[https://www.nrc.nl/nieuws/2026/02/20/een-klein-slokje-en-het-is-mis-de-onwaarschijnlijke-dood-van-ria-en-theo-a4919562 www.nrc.nl (20 feb 2026)]
Vertalingen
Engelscoconut oil
Franshuile de coco, huile de coprah
DuitsKokosöl, Kokosnussöl, Kokosfett
Spaansaceite de coco, aceite de copra
Zweedskokosfett, kokosolja
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek