kolen

/ˈkolə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. brandstof bestaand uit brokken steenkool

Uitdrukkingen

  • Gloeiende kolen op iemands hoofd stapelenIemand die jou vijandig gezind is, vriendelijk tegemoet treden, waardoor hij beschaamd gemaakt wordt. (Bron: [http://www.bijbelencultuur.nl/bijbelboeken/spreuken/25/22/vurige-kolen-op-iemands-hoofd-hopen-stapelen Bijbel en Cultuur])
  • Op hete (of gloeiende) kolen zitten (of staan)Veel haast of spanning hebben, ongeduldig en/of vol gespannenheid iets afwachten