kolere
mannelijk/vrouwelijk (de)/koˈlerə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (informeel) uitroep van woede, ergernis e.d. waarmee men iemand iets vervelends toewenstKrijg de kolere!.
tussenwerpsel
- uitroep van afkeer
Etymologie
* Van het Franse colère, als tussenwerpsel/krachtterm voor het eerst aangetroffen in 1950. Tevens een nevenvorm van cholera.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek