kom
mannelijk/vrouwelijk (de)/kɔm/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (huishouden) eetgerei zoals een bord, maar dan dieperIk eet een kom soep.
- (geologie) ondiepe uitholling in het aardoppervlak
- (biologie) gewrichtsholte
- gebied met dichte bebouwingJe mag niet harder dan 50 rijden in de bebouwde kom.
Etymologie
* In de betekenis van ‘vaatwerk’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1277
Vertalingen
Engelsbowl
Fransbol
DuitsSchüssel
Spaanscuenco
Italiaansciotola
Portugeestigela
RussischПиала
Chinees碗
Japansボウル
Arabischسلطانية (وعاء)
Zweedsskål
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek