kom

mannelijk/vrouwelijk (de)/kɔm/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. huishouden (huishouden) eetgerei zoals een bord, maar dan dieper
    Ik eet een kom soep.
  2. geologie (geologie) ondiepe uitholling in het aardoppervlak
  3. biologie (biologie) gewrichtsholte
  4. gebied met dichte bebouwing
    Je mag niet harder dan 50 rijden in de bebouwde kom.

Etymologie

* In de betekenis van ‘vaatwerk’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1277

Vertalingen

Engelsbowl
Fransbol
DuitsSchüssel
Spaanscuenco
Italiaansciotola
Portugeestigela
RussischПиала
Chinees
Japansボウル
Arabischسلطانية (وعاء)
Zweedsskål