komediant
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- toneelspeler in blijspelen
- aansteller, veinzer
- grappenmaker, humorist, potsenmaker
Etymologie
*afgeleid van komedie
Vertalingen
Engelsactor
Spaansactor, bufón, histrión
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek