komst

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het feit dat iemand of iets komt
    De komst van de computer heeft tot grote veranderingen in ons leven geleid.
    Giorgos duikt meteen het enige restaurant in dat dit dorp telt, om onze komst alvast aan te kondigen.
  2. het geboren worden van iemand
    Terwijl mijn zoon in mijn binnenste begon aan een duizelingwekkende ontwikkeling van klompje cellen naar prehistorisch weekdier naar foetus, begon ik me af te vragen wat zijn aanstaande komst precies betekende.
    Maar ook dat we, met de komst van de tweede, onze eerste niet alleen iets zouden geven, maar haar ook iets zouden afnemen.

Etymologie

* van komen .

Vertalingen

Engelsarrival
DuitsAnkunft