koningin
vrouwelijk (de)/ˌkonɪˈɣɪn/
Wat is de betekenis van koningin?
koningin betekent: (regering) (adel) het vrouwelijk hoofd van een koninkrijk
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (regering) (adel) het vrouwelijk hoofd van een koninkrijk
- (adel) de echtgenote van een koning [1], waarbij zijzelf meestal geen regerende macht heeft
- de belangrijkste, mooiste, indrukwekkendste vrouw of vrouwelijke figuur
- (dierkunde), (imkerij) (bij sociaal levende insecten) vrouwtje dat nageslacht voor de hele kolonie voortbrengt
- (schaak) het sterkste schaakstuk
- (kaartspel) speelkaart waarop een vrouwelijke figuur staat afgebeeld; in deze bet. meestal als tweede deel van een samenstelling waarvan het eerste deel de kleursoort aangeeft
- (figuurlijk) de belangrijkste vrouw van allemaal; het belangijkste vrouwelijke van alles
Voorbeelden van "koningin" in een zin
- De koning en koningin kijken naar hetzelfde als wij - hun dochter en las meninas, de hofdames naar wie het schilderij is genoemd.
- Een lichtpuntje in de eerste onwerkelijke dagen na de ramp was het bezoek van koningin Juliana op maandag 9 februari.
- Plotseling verstijfde ik. Midden op het pad lag een reusachtige ratelslang te zonnen, de koningin van de woestijn.
- De koningin kan alle kanten op bewegen, inclusief achteruit gaan.
- Hartenboer en ruitenkoningin.
Etymologie
*(erfwoord) via Middelnederlands "coninginne" / "coninghinne" van Oudnederlands "kuninginna", op te vatten als afgeleid van koning
Vertalingen
Engelsqueen
Fransreine
DuitsKönigin
Spaansreina
Italiaansregina
Portugeesrainha
Russischкоролева
Chinees后, 王后, 女王
Japans女王
Koreaans여왕
Arabischمَلِكَة
Turkskraliçe
Poolskrólowa
Zweedsdrottning
Deensdronning
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek