koningin

vrouwelijk (de)/ˌkonɪˈɣɪn/

Wat is de betekenis van koningin?

koningin betekent: (regering) (adel) het vrouwelijk hoofd van een koninkrijk

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. regering, adel (regering) (adel) het vrouwelijk hoofd van een koninkrijk
  2. adel (adel) de echtgenote van een koning [1], waarbij zijzelf meestal geen regerende macht heeft
  3. de belangrijkste, mooiste, indrukwekkendste vrouw of vrouwelijke figuur
  4. dierkunde, imkerij (dierkunde), (imkerij) (bij sociaal levende insecten) vrouwtje dat nageslacht voor de hele kolonie voortbrengt
  5. schaak (schaak) het sterkste schaakstuk
  6. kaartspel (kaartspel) speelkaart waarop een vrouwelijke figuur staat afgebeeld; in deze bet. meestal als tweede deel van een samenstelling waarvan het eerste deel de kleursoort aangeeft
  7. figuurlijk (figuurlijk) de belangrijkste vrouw van allemaal; het belangijkste vrouwelijke van alles

Voorbeelden van "koningin" in een zin

  • De koning en koningin kijken naar hetzelfde als wij - hun dochter en las meninas, de hofdames naar wie het schilderij is genoemd.
  • Een lichtpuntje in de eerste onwerkelijke dagen na de ramp was het bezoek van koningin Juliana op maandag 9 februari.
  • Plotseling verstijfde ik. Midden op het pad lag een reusachtige ratelslang te zonnen, de koningin van de woestijn.
  • De koningin kan alle kanten op bewegen, inclusief achteruit gaan.
  • Hartenboer en ruitenkoningin.

Etymologie

*(erfwoord) via Middelnederlands "coninginne" / "coninghinne" van Oudnederlands "kuninginna", op te vatten als afgeleid van koning

Vertalingen

Engelsqueen
Fransreine
DuitsKönigin
Spaansreina
Italiaansregina
Portugeesrainha
Russischкоролева
Chinees后, 王后, 女王
Japans女王
Koreaans여왕
Arabischمَلِكَة
Turkskraliçe
Poolskrólowa
Zweedsdrottning
Deensdronning