koninkrijk
onzijdig (het)/ˈkonɪŋkˌrɛik/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (regering)(adel) staatsvorm met een koning aan het hoofd
- (biologie) taxonomische rang
- (religie) het koninkrijk gods: de hemelMaar wat deed de Servische-orthodoxe kerk? Zij presenteerde prins Lazar niet als een verliezer, maar als een grote held, want hij had na een bericht van God gebracht door een grijze valk gekozen voor een hemels koninkrijk en dus niet voor een werelds koninkTijk.
Etymologie
*van Middelnederlands "conincrike", op te vatten als , met behoud van de eindklank van het Middelnederlandse "coninc"
Vertalingen
Engelskingdom, realm
Fransroyaume
DuitsKönigreich
Spaansreino
Italiaansregno, reame
Portugeesreino
Russischкоролевство
Chinees王国, 王國
Japans王国
Koreaans왕국
Arabischمملكة
Turkskrallık
Poolskrólestwo
Zweedskungarike
Deenskongerige
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek