kooi
mannelijk/vrouwelijk (de)/koj/
Wat is de betekenis van kooi?
kooi betekent: (techniek) uit tralies of gaas gemaakt voorwerp dat een ruimte omsluit
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (techniek) uit tralies of gaas gemaakt voorwerp dat een ruimte omsluit
- (veeteelt) ~ voor dieren
- (veeteelt) stal voor schapen, kippen of varkens
- (scheepvaart) slaapplaats aan boord van een schip
Voorbeelden van "kooi" in een zin
- De Kooi van Faraday.
- Otto en Cornelia komen steeds dichterbij, met Lucas in zijn kooi van wilgentenen.
- Een tijdje bungelen we en zit ik muurvast geklemd in een kooi van ongelakt Italiaans hout.
- Hamsters worden meestal in een kooi gehouden.
- De andere matrozen lagen al in hun kooi.
Etymologie
*via Middelnederlands "cooye" van Latijn "cavea", in de betekenis van ‘hok, stal’ aangetroffen vanaf 1287
Uitdrukkingen
- Naar (de) kooi gaan — gaan slapen
Vertalingen
Engelscage, bunk, pen
Franscage, couchette
DuitsKäfig, Stall, Koje
Spaansjaula, corral, litera
Italiaansgabbia, cuccetta
Russischклетка, койка
Zweedsbur, box, koj
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek