kookplaat
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈkokplat/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (huishouden) (elektrisch) kooktoestel dat speciaal is gemaakt om te koken en dus niet een kachel waarop ook gekookt kan wordenVan Kuijk (40), naast onderzoeker ook een succesvol cabaretier, publiceerde vorige week een bundeling van zijn Volkskrant-columns onder de titel Hoe moeilijk kan het zijn? Een hilarische en herkenbare verzameling ergernissen in de omgang met wekkerradio’s, televisies, kookplaten, chipcards, navigatiesystemen en de andere verworvenheden van de digitale wereld. NRC Warna Oosterbaan 17 oktober 2016
Etymologie
* In de betekenis van ‘elektrisch kooktoestel’ voor het eerst aangetroffen in 1933
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek