koord
/kort/
Wat is de betekenis van koord?
koord betekent: streng van in elkaar gedraaide vezels, gebruikt als middel om zaken bij elkaar te binden of trekkracht uit te oefenen
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- streng van in elkaar gedraaide vezels, gebruikt als middel om zaken bij elkaar te binden of trekkracht uit te oefenen
Voorbeelden van "koord" in een zin
- Het koord brak en de lading viel van het dak af.
Etymologie
*via Middelnederlands "corde" van "corde", in de betekenis van βtouwβ voor het eerst aangetroffen in 1277
Uitdrukkingen
- nu komt de kat op de koord
Vertalingen
Engelscord, rope, string
Franscorde
DuitsKordel, Schnur
Spaanscordel, cuerda
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek