koorts
mannelijk/vrouwelijk (de)/korts/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (medisch) verhoging van de lichaamstemperatuur
- toestand van innerlijke opwindingToen er in Klondike goud gevonden werd, brak de goudkoorts onder tienduizenden in Amerika uit.
Etymologie
*van Middelnederlands "corts" / "cortse", in de betekenis van ‘verhoogde lichaamstemperatuur’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1285
Vertalingen
Engelsfever
Fransfièvre
DuitsFieber
Spaanscalentura, fiebre
Italiaansfebbre
Portugeesfèbre
Japans発熱
Poolsgorączka
Zweedsfeber
Deensfeber
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek