koosnaam
mannelijk (de)/ˈkosnam/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- troetelnaam, vleinaam, niet-officiële naam om genegenheid uit te drukkenMijn vriendin had een koosnaam voor me bedacht.
Etymologie
* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘liefkozende benaming’ voor het eerst aangetroffen in 1984
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek