koosnaam

mannelijk (de)/ˈkosnam/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. troetelnaam, vleinaam, niet-officiële naam om genegenheid uit te drukken
    Mijn vriendin had een koosnaam voor me bedacht.

Etymologie

* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘liefkozende benaming’ voor het eerst aangetroffen in 1984