koploper

mannelijk (de)/ˈkɔplopər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. lijstaanvoerder van een sportcompetitie
  2. iets dat of iemand die op een bepaald gebied een leidende positie inneemt
    Meteen na de start, meldde ze zich vooraan, pal achter Can, en pal voor Grøvdal en de Zwitserse Fabienne Schlumpf. Maar gaandeweg begon ze van vermoeidheid te trekkebekken en kort daarop groeide het gat met de koplopers, Can, Schlumpf en uiteindelijk ook de Noorse.
  3. Intercitymaterieel, treinstel van de Nederlandse Spoorwegen

Vertalingen

DuitsSpitzenreiter, Tabellenführer
Spaanslíder, primer clasificado