koppen

/ˈkɔpə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov, voetbal (ov) (voetbal) een bal een stotende beweging met het hoofd geven
    Hij kopte hem het doel in.
  2. ov, tuinbouw (ov), (tuinbouw) de kop verwijderen
    Hij ging de tulpen koppen.
  3. iets met het kopje naar boven leggen
  4. ov, media (ov), (media) in een krantenkop vermelden
    Dat was zo belangrijk, hij moest het wel koppen.
  5. intr (intr) humeurig/wrokkig zijn, wrokken
  6. intr, spoorwegen (intr), (spoorwegen) op een doodlopend spoor belanden
  7. ov, verouderd, medisch (ov), (verouderd), (medisch) aderlaten met behulp van laatkoppen

Vertalingen

Duitsköpfen, köpfen, titeln