koppotige

mannelijk (de)/kɔˈpotəɣə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. dierkunde (dierkunde) benaming voor dieren uit de klasse , waartoe de inktvissen behoren
    De reuzenpijlinktvis is een koppotige.
    Het is een dwarsdoorsnede van de externe schelp – formaat onderarm – van de inktvisachtige Orthoceras. De schelp waarin deze koppotige (naar zijn tien tentakels op de kop) zich kon terugtrekken vormt een kaarsrechte pijlpunt, aan weerskanten afgezet met biezen van kamertjes.

Etymologie

*: "koppotig" met de uitgang -e

Vertalingen

Engelscephalopod