Koraal
onzijdig (het)/koˈral/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (dierkunde) skelet van de koraalpoliep
- (neteldieren) een verzamelnaam voor zeedieren van de klasse (bloemdieren). Het zijn diertjes van maar een paar millimeter die, door hun tentakelkrans, wel wat lijken op een zeeanemoon (zie ook neteldieren). Deze diertjes, ook wel poliepen genoemd, leven vaak in kolonies. Koraalkolonies vormen vaak een onderdeel van koraalriffen
- (kleur) een oranjerode kleur, de kleur van koraal
- (religie) (muziek) plechtig kerkgezang
Etymologie
* Leenwoord uit het middeleeuws Latijn, in de betekenis van ‘kerkgezang’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1612
Vertalingen
Engelscoral
Franscorail
DuitsKoralle
Spaanscoral
Italiaanscorrallo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek