kortsluiting
vrouwelijk (de)/ˈkɔrt.slœy.tɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het plaatsvinden van een gewenste of ongewenste weerstandloze verbinding in een stroomkring
Etymologie
* van kortsluiten
Vertalingen
Engelsshort-circuit
Franscourt-circuit
DuitsKurzschluss
Spaanscortocircuito
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek