kortswijl
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈkɔrtswɛil/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (formeel) scherts, grappenmakerijZo heb ik uit louter kortswijl deelgenomen aan het examen voor de diplomatieke dienst en aangezien ik een goed geheugen heb en vrij behoorlijk opstellen kan schrijven, slaagde ik [http://www.dbnl.org/tekst/_gid001195701_01/_gid001195701_01_0184.php Marnix Gijsen]
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek