kosmopoliet

mannelijk (de)/ˌkɔsmopoˈlit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. wereldburger die zich overal (en dus eigenlijk ook nergens) thuis voelt
    Kosmopoliet als hij was, had Heldring altijd gemopperd dat de koningin te weinig normale mensen ontmoette. {{Aut | Withuis, Jolande
    Kosmopolieten houden er een dubbele culturele moraal op na, betoogt Ruud Koopmans. De culturele identiteit van minderheden willen zij beschermen, terwijl die van de meerderheid wordt weggezet als bedenkelijk nationalisme.Volkskrant Ruud Koopmans 3 december 2016
  2. vlinders (vlinders) bepaald soort nachtvlinder,

Etymologie

*van "cosmopolite", in de betekenis van ‘wereldburger’ voor het eerst aangetroffen in 1776

Vertalingen

Engelscosmopolite